De opbouw in de trainingskilometers valt me helemaal niet tegen. Maar 5 keer de Laan 1914 – 1918 in Amersfoort is weliswaar niet vlak, maar klimmen wil ik het ook niet echt noemen. De tweede afspraak met mijn broers zou dan ook in het Nederlandse middelhooggebergte plaatsvinden (Limburg zijnde de Alpen): De Posbank. De eerste datum verregende, de tweede haakte er een af, om de gaan skieën nota bene. Gelukkig is hij de beste klimmer van ons drie. Tweede Paasdag staan we met z’n tweeën om 10:00 uur aan de voet van een rondje van 27km met bijna 400 hoogtemeter. Wat doen we, 3, 4 rondjes? Hij doet er drie, maar na dik drie uur een heerlijk gefietst te hebben (alleen de laatste ronde moest ik lossen op de klimmetjes) besluit ik er nog eentje aan te plakken. De wegen rondom de Posbank ken ik nog van vroeger, nice trip down memory lane. Eindscore: 105 km en ruim 1,5 km hoogtemeters. Om het in perspectief te zetten, nog 70 km afstand erbij en 3,5 km hoogtemeters extra klimmen, langer & steiler en we zijn er. De afstand is te doen, maar wil ik een beetje in het spoor blijven van mijn broers, dan mag de weegschaal eigenlijk niet boven de 90 komen. Nog steeds geen gewicht voor een wielrenner, maar soit. Eentje ben ik er al kwijt, nu nog vier. Zo, nu eerst een biertje, oh nee
